Johannesburg

Di 23 aug. We vertrekken rond 10:00 van het Blyde river canyon resort. Het is vier en half uur rijden naar het vliegveld.

We rijden door dalen van het Drakengebergte, enorme landbouwarealen bedekken de dalbodem. Deels door plastic overkapt groeien er struiken. Als we de bergen uitkomen, zijn er de eindeloze dorre grasvlakten. We volgen een smalspoorlijn  en na enkele uren zien we de vrachttrein zelf over het spoor kruipen.

Dichterbij Johannesburg wordt het verkeer intensiever, na Pleun en Floor neem ik voor het laatste stuk het stuur over. Onze eerste stop is de luchthaven, zodat we alvast een deel van de bagage kunnen deponeren. Op de luchthaven vinden we vrij vlot de sealing service. We laten de twee rugzakken samen sealen en leveren de bagagestukken in, in het depot. Donderdag worden ze weer opgepikt. De route naar onze autoverhuurder verloopt wat moeizamer en levert door het drukke verkeer meer dan een half uur vertraging op. Maar om iets voor half zes zijn we weer terug op de plek waar het begon. Monique heet ons welkom. Uitpakken hoeft niet, dat doen we op de plek van onze bestemming Een chauffeur brengt ons naar onze airbnb lokatie in het centrum van Johannesburg. Dat uitpakken gaat niet in een keer goed. Als we in het appartement zijn, ontdekken we dat we wat vergeten zijn, dus bel ik snel Monique en even later komt Aardvark weer aangereden zodat we de laatste spullen eruit kunnen halen. De wagen gaat smerig en onder het stof terug. Overmorgen moet wordt ie naar Kaapstad gereden voor een volgende klus met toeristen. Gelukkig hoeven we de wagen alleen volgetankt op te leveren want schoonmaken is een hels karwei, het stof zit tot in de poriën van de wagen.

Zowel Monique als onze chauffeur zijn sceptisch over onze verblijfplaats in Johannesburg. In hun ogen lezen we dat we het sodom en gomorra binnen trekken. Als je Johannesburg binnenrijdt zie je de skyline die niet onderdoet voor een wereldstad van formaat. Tegelijkertijd rij je door een industrieel landschap in verval, langs bergen, bestaand uit mijnafval. Op straat zie je het complete scala van het westerse wagenpark aan je voorbijrijden, van aftandse wrakken tot en met de nieuwste audi’s, daar tussendoor lopen mensen sommigen goed gekleed anderen behorend tot het lompenproletariaat.

Pas in Johannesburg komt alles samen. We bezoeken het apartheidsmuseum, dat een scherp en gedetailleerd beeld geeft van de geschiedenis van zuidelijk afrika en de apartheid in het bijzonder. Die middag nemen we deel aan een stadstour door Braamfontein en onze gids die studente was in de tijden van de omwenteling verteld ons hoe ze dat persoonlijk heeft ervaren met oproerpolitie die de campus opkwam en studenten die in de gevangenis belanden. Ze verteld ook dat haar kinderen balen op school als ze moeten staan in de klas en moeten aangeven tot welke rassengroep ze behoren, blank, indigenous african of gekleurd. Nog steeds wordt vastgelegd wat je huidskleur is, nu om te kunnen zien of de segregatie afneemt. Zij is voorstander van het administreren van de huidskleur, zoals dat onder het apartheidsregime werd gedaan. Was zij een van de 20% gekleurde en zwarte studenten, nu is 60% african indigenous op de universiteit. Nog steeds een achterstand ten opzichte van het aandeel in de maatschappij van 80% . We lopen door de wijk waar langzaam weer leven komt in de wolkenkrabbers. Velen hebben er na de crisis leeggestaan. Ze worden nu een voor een weer opgeknapt, of voor kanotren of studentenhuisvesting of sjieke lofts. Het publieke deel is vervallen met gaten in de weg. Op sommige plaatsen zijn het private partijen die delen van een wijk beheren. Het zijn schone en goed verzorgde publieke ruimten, die niet onderdoen voor welke westerse stad dan ook. Particuliere beveiligers houden alles in de gaten. Het corrupte stadsbestuur is niet bij machte om de stad goed te managen. Maar er is hoop, na de laatste gemeenteraadsverkiezingen heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden, het is niet langer meer een partij (ANC) die de macht heeft. Gehoopt wordt dat het verlies aan absolute macht leidt tot meer checks and balances in het bestuur en minder corruptie. 

Bij de aanvang van de tour drukt ze ons op het hard alle kostbaarheden goed op te bergen en geen telefoons of portomonnaies in de broekzakken te houden. De zware criminaliteit is weliswaar verdwenen, maar petty theft komt nog veel voor. De werkloosheid bedraagr 36%. Veel afrikanen leven in armoede, de verschillen tussen arm en rijk zijn enorm.

Het is bewust beleid om de lelijke plekken in de wijk op te sieren met kunst, het werkt positief. Ze neemt ons mee naar de universiteit en loodst ons langs de beveiliging. Ze vertelt uit eigen ervaring over het onderwijs en dat de kwalitiet onder druk staat, mede door de enorm toegenomen participatie van 4 naar 30 miljoen. We lopen in deze onder het apartheidsregime uitsluitend voor blanken gereserveerde wijk langs de hippe cafes en ze wijst ons op de mix aan kleuren aan tafels, die geanimeerd met elkaar in gesprek zijn. Zij put daar hoop uit voor de toekomst.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kamperen met Aardvark

Aardvark is onze Toyota hilux srx 2.5 dubbel cab. Een vierpersoons pickup, in het afrikaans een “bakkie” geheten. De laadbak is afgedekt met een aluminium huif, sterk genoeg geconstueerd om een dakdrager met zware last te torsen. In de  laadbak is onze kampeeruitrusting opgeslagen. Er is een vloertje in aangebracht waaronder 6 kampeerkratten van ‘tentco’ zitten, twee voor de voorraad en de rest met van alles en nog wat. Een watertank van 40 liter zit achterin gemonteerd met een kraantje links van de trekhaak. Verder hebben we een dubbele tank waar in totaal zo’n 150 liter diesel in kan. We hebben een grote koel-vriesbox van snomaster, die tijdens het rijden aan de 12 v hangt. Helaas hebben we geen extra accu zodat ie er aan kan blijven als de motor uitstaat. Buiten de wildernes is er dan meestal een stopcontact waar we met het verlengsnoer de box aan koppelen. Het enige nadeel aan de box is dat de deksel omhoog opent en er weinig ruimte in de laadbak is om de deksel ver te openen. Zijdeuren  aan de laadbakhuif, zoals we bij een andere hilux zien zouden zeer welkom zijn. Er zijn twee daktenten gemonteerd, het in en uitklappen zijn we inmiddels gewend en gaat erg snel. De enige zorg is om de auto recht te plaatsen om te voorkomen dat je er uitrolt of schuift. De matjes zijn dun schuimrubber die voor de meesten voldoen (Floor heeft een extra luchtmatrasje eronder liggen). Er is een gastank van 3 ltr met brander. Erg veel energie geeft ie niet, dus koken we meestal op houtvuur. We hebben zelfs onderweg twee aluminium pannen zonder plastic handvat er voor aangeschaft, voor een habbekrats.  Dat vuurtje stoken is een van de beste dingen hier op vakantie, zowel om te koken als te braaien. We eten dan ook behoorlijk veel vlees vergeleken met thuis. Een extra tent hebben we ook meegekregen, je kunt er met zijn vieren in slapen als het moet. Tot nu toe gebruiken we het om de bagage te beschermen tegen apen als we er overdag op uittrekken en Pleun slaapt er soms in. Het windscherm hebben we een aantal keer gebruikt en is weliswaar klein maar erg handig. Ook de hangmat heeft al aan verschillende bomen gehangen. De stoelen vervoeren we meestal op het dak. Naast het laddertje van de daktent kan er aan iedere kant een. Verder is er een klein tafeltje, dat net voldoet. De aluminium waterketel is onmisbaar voor op het vuur, net als mijn koffiepotje en het dubbelzijdige braairooster voor het netjes kunnen keren van het vlees boven het vuur. We zorgen dat we altijd een zak houtskool en een zak hout bij ons hebben.


We hebben nu slechts een reserveband voor de hilux, dat is te weinig als je naar landen als Botswana en Namibie gaat. Van je banden ben je afhankelijk. Verder is het een oerdegelijke bak. In de lowgearing trek je overal tegenop en doorheen. De clearance is net iets minder dan bij een landrover, dus moet je opletten bij diepe zandtracks. Door de snorkel zou je in principe door meer dan een meter diep water kunnen rijden. Tot nu toe was het diepste water heup hoogte. Inmiddels staat de kilometer teller op 201300, we hebben zo’n 5500 kilometer afgelegd. Dat is minder vergeleken met bv onze vakantie in Amerika, maar we hebben dan ook minder snelwegen en meer natuur gezien

Van Safari in Afrika val je niet af en wordt je conditie niet beter. Op veel plekken word afgeraden om de auto te verlaten, of anders met minmaal 2 personen waarvan er 1 op wacht staat. Een rondje  hardlopen brengt je al snel op plekken waar leeuwen zouden kunnen lopen. Wel zijn we al snel gewend aan het leeuwen dieet met veel vlees. Dat wordt weer afkicken thuis.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Swaziland

We zitten op 1273 meter hoogte in het dorpje Bulembu. Het ligt dicht tegen de grens met Zuid-Afrika en het is een merkwaardig gebied. Hier wordt grootschalig hout verbouwd. We rijden door productiebossen, deels naaldbossen. We zien grote trucks met boomstammen voorbijrijden naar de zagerijen. Het is onze laatste dag Swaziland, het landje, het is de helft kleiner dan Nederland en de oppervlakte beslaat nog geen kwart van het Krugerpark. Het land heeft redelijk goede wegen en overal worden meer en mooiere wegen aangelegd. De bevolking is vriendelijk. We zitten in het rijkere deel van Swaziland en echte armoe zien we niet. De chaos en de spanning die aan de Zuid Afrikaanse kant heerst ontbreekt. Hier loop je op je gemak een supermarkt binnen, ook al ben je de enige blanke. Het is duidelijk dat je toerist ben en een potentiele inkomstenbron, maar daar wordt op een prettige manier mee omgegaan. De toerist moet beleefd en voorkomend worden behandeld anders word ie knorrig en houdt zijn geld op zak. We zien weinig toeristen, wie gaat er naar Swaziland? Het zou het luxemburg van zuidelijk Afrika kunnen worden. Een klein land waar rust en orde heerst. Niet gebaseerd op democratie maar op een systeem waarbij de koning van iedere stam een vrouw neemt.  De hoofdstad heeft de uitstraling van een drukke provincieplaats. Er ligt geen rommel in de bermen. Niet een land waar je snel naar terug verlangt vanwege de spectaculaire vergezichten of avonturen. Wel een land waar je kunt wandelen en fietsen.

Maar of we het hebben leren kennen, ik denk het niet. Ik kan de ene stam niet eens van de andere onderscheiden. En hoe het staat met onderwijs en welzijn geen idee. Maar leuk dat we er gedurende 3 dagen aan de buitenkant hebben mogen proeven.

In Bulembu hebben we een mooie grote familiekamer. Het dorp is vanuit Zuid Afrika eenvoudiger te bereiken dan vanuit de rest van Swaziland. We zijn via een 18 km lange gravelroad gekomen, grotendeels goed, maar af en toe pittige stijle passages, gelukkig hebben we ons Aardvark dat ons en de kampeeruitrusting er door sleept. Het dorpje zelf wordt met een wachtpost afgesloten, het is een bijzondere gemeenschap, meer een project. Van de website (bulembu.org): “In 2001, the mining company that had built and operated Bulembu for more than 60 years, closed its doors and walked away. With no jobs the town was soon abandoned, even as Swaziland continues to be ravaged by the HIV/AIDS pandemic and the resulting orphan crisis. 

Today, Bulembu has a clear vision to become a vibrant, sustainable community. This vision for sustainability includes fostering the development of a new generation of emerging leaders through orphan care, education, health services and commerce.”

Het nu op christelijke basis georganiseerde dorp heeft keurige huisjes een bakkerij en andere gemeenschappelijke voorzieningen.  Alles ziet er fris en goed georganiseerd uit. 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kruger wild tuin

We zijn in Kruger. In het Afrikaans een wild tuin, of te wel een nationaal park. We komen binnen in Punda Maria. We worden geregistreerd bij de gate. Voor we het park mogen verlaten dienen we bij het laatste verblijfplaats een exit permit te halen. We rijden naar Shingwedzi het eerste grote restcamp. De dagen daarop zakken we af naar het zuiden, we verblijven in Balule, een satelite camp met basale voorzieningen en eindigen in Berg en dal, na een nacht in Malelane gestaan te hebben. Uiteindelijk verlaten we via de Malelane gate het park op weg naar Swaziland.

We zien verschillende keren de big five: olifant, afrikaanse buffel, leeuw, neushoorn en luipaard. Maar daarnaast ontelbaar soorten vogels in schitterende kleuren, van spechten tot adelaars en gieren.

Een aantal ontmoetingen blijven ons bij, die van het luipaard jagend achter een stekelvarken, of de neushoorns op een paar meter afstand.

Maar Kruger is ook een blank afrikanerparadijs. De afrikaner zou heel afrika zo willen zien, de enige boeven zijn de bavianen die tenten leegroven. De gevaren zijn duidelijk, de orde is bepaald. Binnen de restcamps achter de elektrische hekken, zijn de omgangsvormen beleefd, worden er grote stukken vlees op de braai gelegd. Alles is schoon. Het zwarte personeel beleefd en betrouwbaar. Om vijf voor zes staan ze klaar in de fouwheeldrives voor de gate om het wild te spotten. Waar een auto stilstaat stopt al snel de volgende en de inzittenden kijken vragend naar de gestopte auto, wat zie je daar. Is het een luipaard dan is er snel een file van kriskras door elkaar rijdende auto’s vechtend op de millimeter voor een positie waarop je het beest het beste ziet. Verplaatst het zich, dan ontstaat beroering in de file. Kerende en terugstekende auto’s belemmeren elkaar de doorgang, tot het beest uit zicht is en langzaam de rust wederkeert.

Buiten het Kruger komende vanaf het noorden is het andere zuid afrika. Hele valleien vol met hutjes en huisjes. Overal hekken en prikkeldraad ter afscheiding en bescherming van het schamele onderkomen. Veel lopende mensen, onduidelijk waar ze heen gaan, onduideljk waar ze vandaan komen. Heel veel kinderen van klein tot puber. In schooluniform op weg naar een beter leven. Enorme hoeveelheden mensen in een chaotische  structuur. Een stedebouwkundige nachtmerrie. Op cruciale plaatsen een politiewagen gestationeerd. Af en toe een roadblock ter controle.

De sfeer is gespannen, de winkelcentra zijn omgeven door prikkeldraad. Bij de uitgang wordt je bon en de inhoud van de winkelkar gecontroleerd. Geen plek om je wagen onbeheerd achter te laten. Hier het besef dat zuid afrika een getroubleerd land is dat og een lange weg te gaan heeft naar eenheid en beschaving. Hier heerst de afgunst en de haat. De apartheid heeft diepe sporen nagelaten. In Botswana en Swaziland merk je pas hoe verdeeld de zuid afrkaanse samenleving is. De spanning valt weg en je ervaart meer openheid en  ontspanning.

Ik vraag me af hoe het land eruit had gezien als niet de boerse afrikaners maar de engelsen hun regime hadden opgelegd, zoals ze deden in India, waar ze een autochtone middenstand in het leven riepen.  Als Nederlander heb ik gemengde gevoelens bij het gedeelde cultuurdeel, het is een feest van herkenning de afrikaner taal, maar ook de lompigheid en de ruwheid worden met de Afrikaner cultuur geassocieerd. Hoewel ze de vlamingen meestal beter verstaan, kunnen we toch een conversatievoeren en met enig gepuzzel begrijpen we de borden en aanwijzingen, zoals de hoerskul, de hogere school.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zvananaka

Wo 10 aug. We worden wakker van het gekrijs van de bavianen.

We zien geen bavianen, wel kleinere apen ( vervet aap) een van de apen jat een pak koekjes van de achterbank in de auto als de deur openstaat. Triomfantelijk zit ie in de boom. We houden de apen in de gaten en ontbijten. We bezoeken het Mapungubwe museum waar de archeologische vondsten worden bewaard uit de streek. Het geeft een beeld van de rijke historie van de afgelopen 3000 jaar in dit deel van de wereld. Fascinernd is de betekenis van kralen als betalingsmiddel en sieraad. De eerste vondsten stammen van vlak na de eerste wereld oorlog. Door de apartheid werd het cultuurgoed controversieel. En helemaal zonder controverses is het nog steeds niet. Het bezoek is de moeite waard zowel vanuit cultuurhistorisch perspectief als vanuit architectonisch opzicht. 

We rijden na een lunch in het museumrestaurant naar Louis Trichard, een klein stadje waar we een luxe lodge hebben geboekt. De lodge licht op de Zvanaka farm van Alistair en Gail. Een echte farm is het niet meer, ze leven van de bed en breakfast en de camping. 

De lodge heeft twee ruime slaapkamers en een ruime woonkamer, het is voorzien van een rieten dak, een riante tuin er om heen en minizwembadje, buiten ligbad, etc. Kortom even niet in je daktent kruipen en in de nacht het laddertje af moeten om te plassen, als je dat al durft met wilde beesten die om je kampplaats zwerven.

We worden hartelijk welkom geheten. Alistair is druk bezig om een bijennest te bestrijden. Gail laat ons het huis zien.

Helaas worden we bij de garage verwacht voor de reparatie van de airco. Floor en ik gaan naar de garage. Als we 3 uur later tetugkomen nadat de airco-condenser gedemonteerd is voor reparatie, we boodschappen hebben gedaan en de auto weer hebben volgetankt is het al donker. Gelukkig hoeven we niet zelf te koken. Dichtbij ligt de mountain view hotel. Een victoriaans aandoend hotel- restaurant complex met een uitgebreide menukaart. Het ziet er sjiek en oubollig uit en dat is het ook. Maar na zo’n lange dag prima. En het uitzicht op de vallei met lichtjes van Louis Trichard is manifiek. 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De confrontatie

Di 9 aug. Vanuit Tulli nemen we de gravel road naar Pont drift om Mapungubwe nationaal park te bezoeken. Bij Pont Drift passeren we de grens. De beambten aan Botswaanse kant zijn erg vriendelijk, we krijgen allemaal een stempel in ons paspoort en rijden door naar de Zuid Afrikaanse kant. Daar mogen we kiezen of al het fruit en groente ter plekke opeten of in de vuilnisbak deponeren. Een paar appels worden nog verorberd, maar de rest gaat helaas de vuilnisbak in. Ook hout moet officieel worden ingeleverd, maar dat vergeten we. Tot onze verbazing wordt geen geboortecertificaat voor Tijmen gevraagd. Niet overal zijn ze precies.

We rijden door naar de hoofdgate van Mapungubwe. We checken in, voor de kampsite moeten we weer 20 km terug rijden, het is pas een uur in de middag dus besluiten we eerst het hoofdpark te verkennen. Het park is prachtig gelegen aan de samenvloeiing van de Shashe rivier in de Limpopo. We kijken vanaf een heuveltop over de brede stroomdalen die zuiafrika scheiden van Botswana en Zimbabwe. We kijken vanaf het uitzichtspunt ver Zimbabwe in. 

Er zijn speciale 4×4 tracks, de “kan nie dood” route is er zo een die behoorlijk spectaculair is en die we deels in de low gearing moeten doen, met stijgingspercentage van 20%. De volgende detour die we maken gaat over een smalle track langs de rivier. We draaien een bocht om en staan oog in oog met een olifant die 10 meter verderop takken van een boom staat te trekken en met zijn slurf in zijn mond propt. Hij gaat nog even door en stopt dan. Achteruit kunnen we niet in ieder geval niet snel en niet zonder dat iemand uitstapt en begeleid. Ik zet de motor uit en wacht af. De olifant nadert de auto tot een meter en blijft dan staan. We doen de raampjes dicht. De spanning in de auto stijgt. Hij kijkt ons aan, dan doet ie een pas opzij en loopt langs de zijkant van de auto. Pleun die aan die kant zit krijgt het nu behoorlijk benauwd. Dan loopt ie de auto voorbij en zet een paar snelle passen, alsof ie blij is dar hij aan ons voorbij is, dat rare witte ding met daktenten erop.

Bijna waren we vergeten foto’s en filmpjes te maken. Zo dicht op een Afrikaanse olifant zijn we nog nooit geweest. (We hebben met indische olifanten al wel close encounters gehad). Die in Savuti ons kamp bezocht bleef toch wat verder weg.

We rijden terug naar ons kamp en geven en passant een bewaker van een van de lodges een lift. Ons kamp wordt bevolkt door bush buck. De herten lopen overstoorbaat door het kamp op zoek naar blaadjes en grassprietjes. We maken vuur en genieten van de geluiden om ons heen en de invallende dusiternis.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Molema bush pig

Zo 7 aug. Met een nieuwe band op zondagmorgen keren we terug op de campsite. Pas in de middag verlaten we onze luxe campsite in Francistown en rijden naar de grens waar we twee nachten staan op Molema bush camp. Dat is een onderdeel van het Tulli game reserve. Het ligt aan de oevers van de Limpopo, de rivier die de grens vormt tussen Zuid Afrika en Botswana en Zimbabwe. Op het hoogte punt van de strijd tegen apartheid is aan de Zuid Afrikaanse kant van de rivier een enorm hek met schrikdraad en scheermesjes prikkeldraad aangelegd. Vanaf de camping loop je naar de rivier bedding. Er zijn nog slechts poelen, er schiet een krokodil het water in als we een poel naderen. Het water gaat pas weer stromen in de zomer dat wil zeggen december en januari. Er lopen overal apen, je ziet verse sporen van olifanten en de impalas zijn er in grote getalen. Het is in het gebied niet toegestaan om uitgezonderd de hoofdwegen zelf rond te rijden. Je kunt safaris te voet of met de auto boeken. De campsite is relaxed we staan onder een gigantische Nyala berry tree met een omtrek van een meter of 8. Er is een eigen abulution hutje met wc en douche, het ziet er krakkemikkig uit, maar schoon is het wel.

Een bush pig loopt de kampeerplekken af te struinen. Normaal erg schuw heeft deze zjn schuwheid laten varen in ruil voor de restjes die af en toe op de grond belanden. Hij is bevriend met de bavianen, die als de kampeerders op pad zijn, de vuilnisbakken openen en omkieperen, of de spullen omver gooien. De vleesresten laten de bavianen liggen voor het bush pig.

Ma 8 aug: Ik help Lilianne, de kampbeheerster om de spullen van onze zuid afrikaanse mede kampeerders veilig te stellen. De bavianen hebben net de boel omver getrokken. We zetten het keuken blok weer overeind en plaatsen het in de tent. Ook al het andere losse kookgerei plaatsen we binnen.

In de middag hebben we een game drive. Een gids met een grote hoes met geweer neemt ons mee in een oude toyota landcruiser waar de bovenkant van af is gehaald en die is voorzien van drie extra banken. We rijden langs de oever van de limpopo. We zien behalve impala’s en een enkele kudu geen bijzondere dieren. De gids speurt naarstig naar olifanten, maar we zien alleen sporen. Voor we naar de Hyena burcht rijden valt de auto uit elkaar. We staan met lekke band en kokende motor langs de weg. De band is snel vervangen, de kokende moter duurt langer. Een groep zuid afrikanen komt met hun gids jolig ons helpen. Voor we het weten is hun koelbox open en zitten we aan het bier. Het klopt dus wat we al eerder hoorden. Zuid afrikanen hebben altijd een biertje bij zich voor het geval dat en om snel vrienden te maken, dat in ons geval dan ook lukt.

Uiteindelijk swappen we cars en kan onze groep de Hyena burcht bezoeken. We zien een volwassen dier en even later een jong dier van een jaar oud, ze zijn aan mensen gewend. Nieuwsgierig loopt ie achter de groep aan enkele meters afstand houdend, als wij stoppen stopt ie ook. Ze zien er zo jong schattig uit. Als hyenas hun imago bewust hadden willen verbeteren hadden ze geen briljanter promotiemateriaal dan deze jonge hyenas kunnen vinden. 

Na de hyenas gaan we naar sunset rock om daar na zonsondergang aan te komen, de auto perikelen heben te veel tijd in beslag genomen. Maar door de hyenas kan onze dag niet meer stuk. We stoken het vuur op en maken het eten klaar.  

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Kudos voor Kubo

Vr 5 aug. Na ons verblijf op de Okavango River Lodge reizen we naar Kubu island. Oorspronkelijk stond een bezoek aan Nata bird sanctuary gepland. Maar van verschillende kanten horen we dat er geen vogels te spotten zijn, in ieder geval geen flamingo’s. Kubu ligt net als Nata aan de zoutvlakten. Het eiland is een rots in een verder zout woestenij. Tot aan de afslag 140 km vanaf Maun gaathet vlot. De hoofdroutes in Botswana zijn verbazingwekkend goed. Het is niet altijd duidelijk hoe hard je mag, soms zijn snelheidsbordjes lange tijd onvindbaar, de vertrouwen op de tomtom.

De laatste 100 km gast over gravel en zand. De weg is op een gegeven moment zo slecht dat onze Aardvark er moeite mee heeft, sneller dan 10 km per uur gaan we niet. Het stuk over de zandrug is een drama, hotsend enbotsend banen we ons een weg. Het op het dak gebonden hout valt er bijna af en halverwege moet ik het opnieuw vastbinden. Pas als we de zoutvlakte bereiken gaat het vlotter. Het eiland is een monument in de vlakke zoutwoestijn. Gelardeerd met Baobab bomen, sommigen meer dan 5 meter in doorsnee, tussen de basalt rotsen.

We kiezen een kampplaats met uitzicht op de vlakte. De dichtsbijzijnde kampeerders staan 100 m verder. De mobiele parkwacht, een chagrijnige dame duikt geluidloos achter mij op. We rekenen 900 pula af om in deze wildernes te mogen staan, slechts voorzien van een longdrop toilet.

image

Maar we zien de mooiste zonsondergang die ik me kan herinneren, gevolgd door een sterrenhemel die alle beschrijvingen tart. De hemel kleurt oranje blauw als de laatste directe zonnestralen verdwijnen aan het eind van de zoutvlakte, terwijl wij onder een Baobab boom foto’s maken. Een wassend maantje in het eerste kwartier is zichtbaar en daalt snel. We zien de melkweg zodra het maantje achter de horizon is verdwenen.

image

We hebben genoeg hout voor een stevig kampvuur om de kou te trotseren.

De volgende ochtend vroeg op om de zonsopgang te zien. Het is de op een na mooiste, die in de Alpen bij de beklimming van de Dufour spitze was nog mooier. We stoken het vuurtje nog even op om koffie en thee te zetten, alvorens we ons kamp opbreken om een rondje rond het eiland te rijden over de zoutvlakte.

We stoppen voor een foto en ik hoor een luid sissend geluid bij de achterband. Dus enkele minuten later wordt de reserveband te voorschijn gehaald en zoeken we een rotsig stukje om de krik te plaatsen. We zetten koers naar Francistown en zoeken contact met onze verhuurder. Alle garagebedrijven sluiten op zaterdag om 13:00u en onze tomtom geeft 15:00 u aan als aankomsttijd in Francistown.

Bij een veterinaire gate wordt ons gevraagd of we een zieke vrouw kunnen meenemen. We geven haar een lift tot aan de hoofdroute. Ondertussen is ook de airco uitgevallen. Kortom tijd voor een brake in Francistown.

We zijn te laat voor de tyre centers, ze zijn dicht. Uiteindelijk spreken we twee mannen die aangeven dat hun garage op zondagochtend open is. Dat zou net kunnen voor we naar Tulli afreizen. Zonder reserveband wil je de game reserves niet in.

Inderdaad zijn ze open, om half negen zijn we er. De band is niet meer te repareren het stalen profiel is doormidden. gelukkig is er een vervangende band beschikbaar. Ik laat tevens de reserveband balanceren, een uur later zijn we klaar. De airco condenser  die van zijn ophanging is los gekomen laten we voor wat het is. Ik bind hem vast om verdere beschadiging tevoorkomen en vraag de verhuurder of deze in de buurt van Louis Trichard kan worden gerepareerd. Hij belooft een garage te regelen.  Ondertussen hebben de kinderen met hun mobieltjes aan het internet gehangen op het lounge terras van de camping.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mokoro

Wo 3 aug. We vertrekken om 8:00u met de motorboot naar het dorpje Mokoro poler. De mensen hier leven van het rond varen van toeristen door de Okavango delta. Tijdens de tocht met de motorboot is het nog koel, en door de snelheid van de boot, zo’n 32 km per uur koelen we snel af. We zien een visarend in de boom en de bestuurder vermindert vaart zodat ik hem goed kan fotograferen. We arriveren na een uurtje bij het dorpje waarin we overstappen op de mokoros. Het zijn uitgeholde boomstammen, van dichtbij valt op dat het merendeel van de bootjes voorzien is van een polyester coating. Pleun en Tijmen zitten bij Benny onze gids in de boot, hij spreekt goed engels. Wij zitten bij een oudere dame in de boot, ze spreekt maar een paar woorden engels (Lasty zo klinkt haar naam). Het bootje is wiebelig als een kano, dus zitten we heel rustig.  Beide boten van zo’n 6 m lang worden voortbewogen door een lange stok. Het is wat we bij het zeilen bomen noemen. 

Na driekwart van de tocht zien we een hippo, eerst als een grote rots die boven het water uitsteekt. Als ie begint te rennen zien we hem helemaal, hij is vliegensvlug door het water. Het contrast tussen het logge lijf en de vlugheid weten we van de dierenfilms, maar het blijft verbazen. De tocht door de delta is prachtig, stilletjes glijden we langs het moerasgras over het water. We vertrekken als een grote groep maar splitsen voor het kampement later weer op.

Na anderhalf uur komen we bij een eilandje in de delta aan. Hier zetten we de tenten op, 4 stuks en wordt het kampvuur gemaakt. In de verte staat een olifant te kijken. Tot half vier hebben we rust om te zwemmen en te lunchen, daarna gaan we op pad voor een safari te voet.

We zien onze eerste zebra’s tezamen met gnoes. Wel uitwerpselen van giraffen, maar geen zicht erop. Sporen van hippos die er in de nacht grazen.

We lopen 5 kilometer alvorens we terugkeren met de mokoro naar het eilandje waar we kamperen.

We eten pasta die we koken in de meegekomen pannetjes. Lasty heeft het traditionele gerecht gemaakt. Of wij willen proeven. De maispap en vis, het is tilapia gevangen in de delta, zijn zoutloos en hoewel heel traditioneel, heeft niemand van ons er zin in. 

De nacht is koel maar niet koud, we hebben ook voor onze begeleiding een biertje, zelfs twee voor Benny, Lasty lust alleen fris. We zitten bij het vuur en kletsen, we proberen een beter beeld te krijgen van dagelijkse leven. Ze wonen in een dorpje met 1200 mensen en leven naast het toerisme van de akkerbouw. De mokoro tochten worden verdeeld onder de inwoners, door een soort van adminstratie kantoortje, soms wacht je een maand op het mogen begeleiden van de tocht. De mokoro’s worden gehuurd van andere dorpsgenoten. Ze zouden wel meer toeristen willen, we beloven reclame voor ze te maken in Nedeland. Om half tien zitten we al te knikkenbollen en duiken we de tent in. 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Bij het kampvuur

Pleun zit met haar rug naar het kampvuur .Na deze bijzonder dag zitten we bij het kampvuur.  Overal horen we geluiden. Nu we weten dat olifanten door het kamp heen lopen op zoek naar vruchten van de acacia boom en er gisteren nacht een olifant bij de buren naast de tenten heeft gestaan horen we overal verdachte geluiden. We hebben er  vanmiddag al een op bezoek gehad. Het zijn indrukwekkende beesten als ze zo je kampeerplek binnen wandelen. In de avond komen de hyenas. Ze komen voor de restjes. De dame bij de receptie raadde ons aan niet alleen naar de wasruimte te lopen. Overigens staat de wasruimte achter een olifantproof wal waarmee de wasgelegenheid lijkt op een versterkte vesting. Van mensen die hier 20 jaar geleden waren, voor de wal er was, hoorden we dat de olifanten de gewoonte hadden om water uit de stortbak te drinken, en regelmatig het gebouw zwaar beschadigden.

Pleun zit omgedraaid om de hyenas te spotten, helaas (of gelukkig) komen ze niet. Wel horen we af en toe gehuil in de verte, maar of dat van hyenas is weten we niet.

Je mag geen hout verzamelen in het park zelf,  op weg naar het park zie je langs de kant van de weg houtstapels, je kunt er voor 10 pula (80 cent) een bundeltje hout kopen. We maken eerst de barbeque met wat houtskool aan om de meegebrachte kip te roosteren en gebruiken de restanten van de houtskool om het vuur een basis te geven.  Zo stoken we de helft van het hout op de eerste avond voor we in de daktenten kruipen. Hoewel je daarmee op ooghoogte bent met de olifant, voelt het een stuk safer. Het is er warmer dan de vorige nacht. De sterrenhemel is weer grandioos en we slapen als roosjes. Midden in de nacht hoor je leeuwen brullen en takken breken. 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen